
Foto: ANP (copyright)
Geelen illustreerde, schreef, vertaalde, schilderde, maakte animaties, componeerde en bleef zich voortdurend vernieuwen. ‘Ik wilde altijd iets maken, nooit niets doen,’ zei hij daar zelf over, en dat heeft hij tot vlak voor zijn dood voortgezet.
Harrie Geelen trouwde in 1963 met Imme Dros en ze zouden samen een creatief duo volgen. Geelen illustreerde bijna alle boeken van Dros vanaf hun beider debuut in 1971 met Het paard Rudolf. Daarna volgden onder zeer veel meer Ik wil die!, Morgen ga ik naar China, Griekse mythen, Bijna jarig en Het boeboek.
Daarnaast schreef en illustreerde Geelen onder meer de boeken over Jan (Zilveren Griffel in 1995 voor De plant van Jan) en de boeken over Gijs en Flop. Hij kreeg het Gouden Penseel voor zijn illustraties bij Het beertje Pippeloentje (1994, tekst Annie M.G. Schmidt) en een Zilveren Penseel voor die bij Juffrouw Kachel (1991, tekst Toon Tellegen). Die laatste twee boeken laten goed de breedte van zijn palet zien: van de robuuste ontroerende schilderijtjes van het kleine beertje tot de vervreemdende, digitale illustraties van de angstaanjagende schooljuffrouw.
Met het gebruik van digitale middelen voor het maken van illustraties was Geelen een voorloper. De illustraties in Reinier (het laatste gezamenlijke boek van Dros en Geelen dat afgelopen voorjaar verscheen) maakte hij op papier waarna hij ze digitaal ‘gutste’.Dit najaar verschijnt bij In de Knipscheer Geelens geïllustreerde Reinaerd-vertaling: De zaak Reinaerd Vos.
Het is onmogelijk in kort bestek recht te doen aan Geelens creatieve werk. Hij was lang artistiek directeur bij de Toonder Studio’s en schreef onder meer het scenario voor Nederlands eerste avondvullende tekenfilm Als je begrijpt wat ik bedoel met de figuren van Marten Toonder. Hij schreef de tv-series Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? en Oebele, en was ook de bedenker van de jeugdserie: Q & Q.Geelen werd in 2014 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Bron: persbericht Querido Kinderboeken
